Bijeenkomst Examencommissie
20 mei 2015


In mei 2015 vond een bijeenkomst plaats over de taakverdeling tussen management & bestuur en examencommissies. Het is gebleken dat dit binnen de VU een onderwerp is waar men tegenaan loopt in de dagelijkse praktijk. Niet alleen binnen de VU is dit een onderwerp, ook de onderwijsinspectie heeft aan dit thema aandacht besteed in de rondetafelgesprekken in het kader van hun onderzoek naar het functioneren van examencommissies in het hoger onderwijs.

Doordat met de Wet Versterking Besturing een grotere verantwoordelijkheid, maar ook een versterkte positie aan examencommissies is toegekend, kan er een spanningsveld ontstaan tussen examencommissie en management & bestuur. Wat gebeurt er als de examencommissie het niet eens is met (toets)beleid van de faculteit? Of als examinatoren niet goed functioneren? Wat als examinatoren het niet eens zijn met een beslissing van de examencommissie? Hoe ver reikt de verantwoordelijkheid van de examencommissie?

Drie casussen zijn besproken:

CASUS 1 OVER DE AANWIJZING EN PROFESSIONALISERING VAN EXAMINATOREN

Een examencommissie heeft meneer Jansen als examinator aangewezen. Als de examencommissie een tentamen bekijkt dat meneer Jansen heeft opgesteld, vindt zij veel vragen slecht geformuleerd.

Discussievragen:

  1. Wat kan de examencommissie het beste doen in deze casus? Wat is de beste taakverdeling tussen examencommissie en management m.b.t.
    1. Het functioneren van examinatoren (aanspreken bij matig functioneren),
    2. De professionalisering van examinatoren (profiel, scholing)?
  2. Welke mogelijke knelpunten ziet u en hoe los je die op?
  3. Wat zijn de belangrijkste overwegingen om tot de gewenste taakverdeling te komen?
  4. Wat is uw opvatting over het aanwijzen van examinatoren? Wel of geen profiel voor examinatoren? Is het wel of niet een formaliteit? Hoe is hier de taakverdeling tussen examencommissie en management?

 

CASUS 2 OVER DE COMPENSATIEREGELING IN DE OER

Een faculteit wil met betere begeleiding en een aangepast onderwijsaanbod, de studierendementen verhogen. In dat kader wordt in de OER voor het nieuwe studiejaar een compensatieregeling ingevoerd waarbij een onvoldoende op één van drie samenhangende vakken mag worden gecompenseerd met een zeven of hoger bij de andere vakken. De examencommissie is het hier niet mee eens en adviseert deze compensatieregeling niet in de definitieve OER op te nemen. Dit advies van de examencommissie wordt niet gehonoreerd.

 Discussievragen

  1. Kunt u zich voorstellen dat deze situatie zich voor (kan) doen op uw faculteit?
  2. Wat kan de examencommissie doen als die situatie zich voor zou doen? Wat kan de examencommissie doen om dergelijke situaties te voorkomen? Waar ligt de grens van haar bevoegdheden?
  3. Met welke zaken moet de examencommissie zich niet bemoeien? Wie heeft het laatste word?

 

CASUS 3 OVER WIE HET TOETSBELEID MAAKT

Het faculteitsbestuur heeft toetsbeleid ontwikkeld. In het toetsbeleid wordt gesproken over een cursusdossier waarvan het toetsdossier onderdeel is. De examencommissie wil dat er meer in het toetsdossier wordt opgenomen dan het faculteitsbestuur heeft besloten.

Discussievragen:

  1. Wat is uw opvatting over het maken van toetsbeleid? Ligt het primaat bij het faculteitsbestuur of bij de examencommissie?
  2. Wat kan de examencommissie het beste doen in deze casus? Waar ligt de grens van haar bevoegdheden?
  3. Kan de examencommissie het faculteitsbestuur passeren? Wie heeft het laatste word?

Geef een reactie

Geef een reactie


Contact

knowvu@vu.nl