Internationalisering? Graag, maar dan wel goed!
15 nov 2017


Taalvaardigheid, ook in het Engels, moet gewaarborgd zijn.

Bron: ScienceGuide – Commentaar | door Rhea van der Dong

 

15 november 2017 | Ze schieten als paddenstoelen uit de grond: de opleidingen aan hogescholen en universiteiten waarvan de voertaal niet meer Nederlands, maar Engels is. Met deze groeiende aantallen Engelstalige opleidingen, schieten inmiddels ook de opinieartikelen over dit onderwerp als paddenstoelen uit de grond. De ene commentator is een fel voorstander en stelt voor om maar direct volledig op het Engels over te gaan, de ander dreigt met een rechtszaak en weer een ander spreekt zijn zorgen uit over wat dit betekent voor de kwaliteit van ons onderwijs. Wij, het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO), mengen ons ook altijd graag in deze discussie.

 

Als lessen en zelfs de medezeggenschap overgaat op het Engels moet men de taal wel beheersen. (Foto: Pete)

 

De vraag die wij dan vaak krijgen is of wij internationalisering dan soms niet belangrijk vinden? Want, is dan het vervolg van de vraag, studenten hebben toch juist baat bij internationale ervaringen en een international classroom? Gelukkig kan ik mijn gesprekspartners dan altijd snel geruststellen. Want wij zijn niet tegen internationalisering. Integendeel: wij vinden internationalisering erg goed en belangrijk. Het is voor studenten een belangrijke meerwaarde in hun onderwijs. Maar dan moet het wel goed gebeuren, zodat het niet ten koste gaat van de onderwijskwaliteit.

Onderwijskwaliteit waarborgen

Om op een goede en verantwoorde manier te kunnen internationaliseren, zijn wat ons betreft tijd en investeringen nodig. We kunnen niet van de één op de andere dag Engelstalig worden en we kunnen dat ook niet met een knip van de vingers, daar is meer voor nodig. We zien dat de internationalisering van het hoger onderwijs op dit moment op sommige plekken in een erg rap tempo gaat. Op sommige plekken misschien wel zo snel, dat we ons afvragen of de kwaliteit van het onderwijs wel voldoende gewaarborgd kan worden.

Want laten we wel zijn, het is niet niks, ineens van voertaal veranderen. Dat is een enorme veranderingen: voor docenten, voor studenten, voor ondersteunende diensten en ook voor medezeggenschappers. Voor zo’n verandering moet je goed de tijd nemen. De tijd nemen om hier goed over na te denken, om te spreken met iedereen die ermee te maken heeft en om de benodigde investeringen te doen en stappen te ondernemen.

Een van de belangrijkste zaken waar je over na moet denken is hoe je ervoor zorgt dat de onderwijskwaliteit gewaarborgd blijft. Goed onderwijs valt of staat wat ons betreft bij de interactie tussen docent en student en studenten onderling. Het Engels van die docenten en studenten is niet zomaar, zonder enige hulp of begeleiding, op het niveau dat wij op hogescholen en universiteiten nodig hebben om samen goed onderwijs te kunnen maken. Op veel plekken is dit helaas nog ondermaats. Dat vraagt dus om investeringen.

De hele medezeggenschap Engelstalig?

Iets anders waar wij als koepel van medezeggenschappers ook tegenaan lopen, is wat de verengelsing van het hoger onderwijs betekent voor de medezeggenschap. Medezeggenschappers vertegenwoordigen de belangen van alle studenten en medewerkers op hun universiteit of hogeschool, dus ook die van de internationale studenten en staf. Het is dan niet gek dat ook die studenten en medewerkers lid willen worden van de medezeggenschap of de discussies willen kunnen volgen.

Maar wat betekent dit dan concreet? Moet dan de hele medezeggenschap Engelstalig worden? Dit lijkt een vrij logische stap, maar roept weer nieuwe vragen op. Want wat betekent dat voor de deelname van de staf en studenten die zich mínder eigen voelen in het Engels, en discussies over het beleid van hun universiteit of hogeschool liever niet in een vreemde taal voeren? Ik ken voorbeelden van faculteitsraden waar ze overgingen op vergaderen in het Engels, maar na een poosje toch weer teruggingen naar het Nederlands als voertaal. Zowel medezeggenschap als bestuur concludeerde namelijk dat de kwaliteit van het overleg leed onder het Engels als voertaal. Ik vind dat niet gek. Ik had het als medezeggenschapper in ieder geval een flinke uitdaging gevonden. Ook dat vraagt om goede gesprekken, tijd en investeringen.

Deze bedenkingen zijn geen reden om te stoppen met internationaliseren en zijn ook geen reden om de verengelsing van het hoger onderwijs volledig te verbieden. Het vormt wel een pleidooi voor enige rust, overdenking en investeringen. Wij stellen voor om eerst op elke hogeschool en universiteit en ook voor Nederland als geheel een doordacht internationaliseringsbeleid te maken. Pas als we dat allemaal goed doen en daar de tijd voor nemen, is er sprake van goede en verantwoordelijke internationalisering. En dan zijn wij ook helemaal voor.

Rhea van der Dong debatteert mee op het taalsymposium ‘Taal Centraal’.

Geef een reactie

Geef een reactie


Contact

knowvu@vu.nl