Is de verengelsing van onze maatschappij een veelkoppig monster?
15 nov 2017


Tijd voor de overheid om in te grijpen

Essay ScienceGuide | door An De Moor

 

15 november 2017 | “Taal is meer dan een instrument”, betoogde Paul Rüpp op deze webbladzijden. En hij maakte er vervolgens een aantal kanttekeningen bij. Dit artikel voegt er nog een paar aan toe, bekeken met een Vlaamse bril. De rode draad is dat ondoordacht verengelsen, bijvoorbeeld van het hoger onderwijs, grote gevolgen kan hebben voor de hele Nederlandse en Vlaamse maatschappij.

 

 

De drijfveren zijn bovendien vaak op basis van louter financiële overwegingen of omdat mensen – vooral in de bedrijfswereld maar ook erbuiten – vinden dat Engelse woorden meer “cachet” geven, “cooler” of “sexyer” klinken. De vraag of dit een bedreiging vormt voor de positie en de toekomst van het Nederlands duikt de laatste maanden zeer vaak op in de media evenals tijdens congressen en debatten.Recente voorbeelden daarvan zijn het KNAW-debat op 6 oktober jl. in Amsterdam en de Bestuurdersbijeenkomst met Nederlandse en Vlaamse leidinggevenden van universiteiten die de Raad voor Nederlandse Taal en Letteren (RvNTL) samen met het Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs op 8 november aan de Universiteit Utrecht organiseerde.

 
Lees hier
 het verslag van de KNAW bijeenkomst en die van de bijeenkomst van 8 november

Wordt het Nederlands bedreigd op linguïstisch vlak?

Wie vandaag winkelnamen, commerciële slogans en vacatures onder de loupe neemt, stelt vast dat de taal overwegend het Engels is. Wil dat zeggen dat we in het Nederlands niet (meer) “cool” of “sexy kunnen klinken? Onderzoek toont aan dat er zowel domeinverlies  als woordverlies is, lichtte dr. Eline Zenner een paar maanden geleden toe tijdens een werkgroepvergadering van de Vlor (Vlaamse Onderwijsraad) naar aanleiding van het plan om een Adviesrapport over taalbeleid in het hoger onderwijs bij de Vlaamse Regering in te dienen. In Vlaanderen geldt namelijk een Decreet op de taalregeling in het tertiair onderwijs die de verengelsing aan banden legt door onder andere een maximum van 6% in de bachelorjaren en een maximum van 35% in de masterjaren in een andere taal dan het Nederlands toe te laten.

De Vlaamse Regering ging evenwel niet in op het verzoek van de Vlor om het Decreet te vereenvoudigen en versoepelen. De ministeriële excellenties lieten zich ongetwijfeld ook leiden door deze zinnen op de Vlor-website: “Enkel in Nederland dreigt de slinger over te slaan, maar dat is zeker niet het voorbeeld dat de Vlor wil volgen. Uiteraard moet men waakzaam blijven dat ook in de toekomst het Nederlands niet wordt verdrongen door het Engels.”

Aandachtspunten van de RvNTL

Tijdens het laatste KNAW-debat vertolkte ik als bestuurslid het standpunt van de RvNTL naar aanleiding van het Adviesrapport dat we in 2015 daarover schreven. Daarin beklemtoonde ik drie aandachtspunten. Ten eerste is er het belang van het afdwingen van de regelgeving en daarbij aansluitend het belang van taalbeleid. Ten tweede moet er aandacht gaan naar studenten met een migratieachtergrond.

Tenslotte moet de financiële prikkel ten voordele van verengelsing gestopt worden. Ik ga hier in de volgende paragrafen op in maar som eerst nog de vier belangrijkste aanbevelingen van de RvNTL op om de positie van het Nederlands in de wetenschap en het hoger onderwijs te kunnen garanderen:

  • de ontsluiting van wetenschappelijke kennis in het Nederlands in alle kennisdomeinen stimuleren;
  • excellente wetenschapsbeoefening in het Nederlands en in andere talen gelijkwaardig waarderen;
  • aan de ontwikkeling van taalvaardigheid van studenten in het Nederlands in de bachelor- en masterjaren in alle opleidingen aandacht besteden;
  • een weldoordacht talenbeleid invoeren waarin de rol en positie van het Nederlands, in relatie tot andere talen, wordt geëxpliciteerd.

Taalkeuze mag nooit een zwart-witproces zijn

Hoewel Engels de lingua franca in onze geglobaliseerde maatschappij is, moet toch meertaligheid een na te streven einddoel blijven voor het (hoger) onderwijs evenals aandacht op een voldoende hoog niveau voor Engelse én Nederlandse taalbeheersing. Spiegelbeleid moet daarbij een rol spelen: wat voor Nederlands geldt, geldt ook voor Engels.

We mogen echter het risico op verlies van de academische kwaliteit van het Nederlands niet uit het oog verliezen als docenten en studenten niet meer in het Nederlands zouden kunnen spreken en schrijven. De verbinding van de universiteit met de samenleving moet goed zijn. Wetenschappers moeten zich dus ook in het Nederlands kunnen uitdrukken. Met een component Engels moeten studenten zich kunnen voorbereiden op het Engels. We moeten met andere woorden vermijden dat het Nederlands een “kombuistaal” wordt, en als relevante academische taal en als publicatietaal verdwijnt.

Nederlands is de motor voor integratie voor mensen met een migratie-achtergrond

Onze samenleving moet zich bewust zijn van de impact van de verengelsing van onze maatschappij en van het hoger onderwijs in het bijzonder op studenten van wie de moedertaal niet het Nederlands is. Als Talenbeleidcoördinator van een Vlaamse hogeronderwijsinstelling geef ik onder meer taalcoaching aan studenten met als thuistaal Berbers, tweede taal Turks, derde taal Frans en vierde (school)taal Nederlands, een taal die zij tijdens het basis- en voortgezet onderwijs soms met veel moeite hebben verworven. Het Engels is voor velen van hen een te hoge drempel en het verdwijnen van opleidingen in het Nederlands zorgt dus voor een extra hindernis.

De meeste afgestudeerden komen nochtans in een Nederlandstalige arbeidsmarkt terecht waar ze een hoog niveau van taalvaardigheid in het Nederlands moeten kunnen hanteren. Wanneer daar aan de universiteiten geen aandacht aan wordt besteed, gaat dit dus in de eerste plaats ten koste van studenten voor wie het Nederlands niet de eerste taal is. Verengelsing van onze maatschappij en het werkveld vormen bovendien ook een hinderpaal voor niet-hogeropgeleiden voor wie Engels de derde of de vierde taal is. Er dreigt zo een duale maatschappij te ontstaan.

De NVAO kan toezien op een beargumenteerd taalbeleid

De wetgeving op het vlak van taalgebruik in het hoger onderwijs gaat – zowel in Nederland als in Vlaanderen – uit van onderwijs in het Nederlands, waar in bepaalde omstandigheden en met goede redenen beargumenteerd van kan worden afgeweken. Deze uitgangspunten van de regelgeving moeten overeind blijven. Sterker nog: de onderwijsminister moet werk maken van een beter toezicht op de naleving ervan en dat gebeurt in Vlaanderen en Nederland best via de NVAO. In Vlaanderen is er geen Inspectie van Onderwijs en is het de NVAO die toeziet op een goed beleid.

Instellingen en opleidingen schakelen nu te vaak zonder dergelijke argumentatie over op het Engels als onderwijstaal. Hogeronderwijsinstellingen moeten dat in de toekomst beter beargumenteren. Tijdens de (her)accreditatie van opleidingen kan de NVAO uitdrukkelijker aandacht besteden aan de argumenten die per opleiding voor taalkeuze en taalbeleid worden vermeld. De hierboven genoemde adviesrapporten wijzen trouwens allemaal op het belang van taalbeleid in het hoger onderwijs, op het niveau van de instelling en met aandacht voor de specificiteiten van elke opleiding op zich.

Overheidssteun broodnodig om verengelsing tegen te gaan

Op dit ogenblik hebben de universiteiten een financiële prikkel om over te schakelen naar het Engels omdat dit de toestroom van buitenlandse, niet-Nederlandstalige studenten verhoogt. De hogere studentenaantallen zorgen bovendien voor bijkomende inkomsten vanuit de overheid. Dit is financieel voordelig voor de universiteiten maar stemt niet noodzakelijk overeen met wat voor de samenleving belangrijk is.

Dat betekent dus dat de overheid moet nadenken of er in het financieringsmodel naast studentenaantallen geen andere parameters kunnen opgenomen worden die maatschappelijk relevant worden geacht, zoals een goede inbedding van de instellingen in de regio waar zij gelegen zijn, waarbij het gebruik van het Nederlands als onderwijstaal een van de relevante elementen is. Universiteiten en hogescholen erop wijzen dat de vertaling van een Nederlandstalige naar een Engelstalige opleiding evenals parallelle Nederlands- en Engelstalige trajecten hoge kosten met zich meebrengen – denk bijvoorbeeld aan vertalingen, trainingen van docenten en studenten – kan misschien ook zoden aan de dijk brengen.

Laat verengelsing geen veelkoppig monster zijn

Kortom: de vele discussies wijzen erop dat verengelsing van onze samenleving – en van het hoger onderwijs in het bijzonder – een veelkoppig monster is aangezien het overal en op verschillende niveaus de kop opsteekt. Sommige metaforische “koppen” zijn zelfs niet altijd zichtbaar. Alle actoren moeten daarom beducht zijn voor de mogelijke negatieve gevolgen voor onze maatschappij, zowel vandaag als morgen. Een goed overwogen taalbeleid en heldere regelgeving in het onderwijs waarop de overheid toeziet, zijn daarom essentieel.

Ik doe dus een oproep aan ten eerste de NVAO om dit mee te nemen in de accreditatie en ten tweede aan de betrokken overheden om de financiering van de hogeronderwijsinstelling te herbekijken en toe te zien op een goed overwogen taalbeleid en heldere regelgeving in het onderwijs.

Geef een reactie

Geef een reactie


Contact

knowvu@vu.nl