De rol van de docent is cruciaal bij studiesucces
16 mei 2018


Coen Karis

Coen Karis



De rol van de docent is cruciaal bij studiesucces

ScienceGuide | door Frans van Heest
16 mei 2018 | Als de rol van de docent niet centraal staat bij maatregelen rondom studiesucces, dan is het gedoemd te mislukken. Dit stellen een reeks van onderzoekers in een bundel over studiesucces in het hoger onderwijs.

 

 

Recent verscheen de bundel, ‘Studiesucces in het hoger onderwijs’, samengesteld door Daniël van Middelkoop, lector aan de HvA en Folke Glastra, onderzoeker aan de Universiteit Leiden. De portee van deze bundel is dat studiesucces een veelomvattende term is die door zowel, studenten, docenten, onderzoekers, beleidsmakers en politici anders gedefinieerd wordt. Deze bundel pelt het begrip af en laat in de volle breedte zien dat er veel spraakverwarring kan zijn rondom dit thema. Een ding staat wel centraal: de docent heeft de sleutel in handen voor het bevorderen van het studiesucces in het hbo.In totaal schreven veertien auteurs uit Nederland en Vlaanderen mee aan de bundel. Deze auteurs zijn doorgaans werkzaam als onderzoeker aan hogescholen en universiteiten. Grotendeels gaat het boek over studiesucces in het hbo en dan met name vaak over een specifieke groep, studenten met een migratieachtergrond. Daarmee heeft deze bundel vooral betrekking op studiesucces op hogescholen in de grote steden.In het inleidende hoofdstuk leggen de twee samenstellers van de bundel uit hoe problematisch het begrip is. Van Middelkoop en Glastra stellen enigszins teleurgesteld vast dat studiesucces te vaak louter gaat om studierendement. De auteurs zien wel tot hun tevredenheid dat er ook andere opvattingen steeds meer opgang vinden in het hoger onderwijs.

Alles wijkt voor rendement

Verwijzend naar onderwijsfilosofen Martha Nussbaum en Gert Biesta vinden de auteurs dat in de discussie rondom studiesucces meer moet gaan over socialisatie en persoonsvorming van studenten. Dit zou meer aandacht moeten krijgen dan alleen de economische benadering van rendement en studieprestaties. Als het begrip door beleidsmakers wordt gebruikt worden deze aspecten te vaak losgelaten, zo constateren zij. “Op het moment dat de klok voor het studiesucces luidt, worden centrale onderwijsdoelstellingen zoals talentontwikkeling, vakmanschap, burgerschap of kritische (zelf-)reflectie ingewisseld voor zoveel mogelijk, zo goed mogelijk en zo goedkoop mogelijk.”

Een andere bijdrage laat zien dat er nog een groot gat is tussen de visie van docenten enerzijds en bestuurders en beleidsmakers anderzijds. Hafid Ballafkih, onderzoeker aan de HvA heeft samen met Van Middelkoop onderzoek gedaan naar 25 docententeams van twee Randstedelijke hogescholen. Deze teams waren verdeeld over verschillende domeinen. Zij hebben docenten gevraagd naar hun perceptie van het begrip studiesucces.

De centrale boodschap van docenten is dat er beleidsmatig te veel gestuurd wordt op het rendementsaspect en te weinig wordt gekeken naar de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Te vaak is de discussie gericht op statistieken, te weinig wordt er aandacht gegeven aan burgerschap en persoonsontwikkeling. Terwijl dat juist is waar docenten in het hbo veel waarde aan hechten, volgens de twee onderzoekers.

“De opvattingen laten zien dat studiesucces wat docenten betreft niet volledig te vangen is in rendementscijfers.” De onderzoekers pleiten er daarom ook voor om de opvattingen van docenten meer te betrekken bij de beleidsvorming. Dit zal het onderwijs aan studenten ten goede komen, zo verwachten zij.

Migrantenjongeren in hbo op achterstand

De twee pijnlijkste en meest pregnante bijdragen in deze bundel gaan over diversiteit en kansenongelijkheid. Martha Meerman, lector van de HVA, Inholland-lector Machteld de Jong en Rick Wolff onderzoeker aan de Erasmus Universiteit laten in hun gezamenlijke bijdrage maar weer eens zien dat het vraagstuk rondom diversiteit in het hbo pregnant is. 80% van de migrantenjongeren die in het hoger onderwijs instromen komen binnen via het hbo.

De boodschap van de drie auteurs is alarmerend te noemen. “Willen onderwijsorganisaties verder komen met diversiteit, en structurele stappen voorwaarts zetten, dan is het nodig het roer radicaal om te gooien.” De voorbeelden die genoemd worden zijn schrijnend. Veel studenten met een migratieachtergrond ondervinden discriminatie en uitsluiting. “Zoiets vindt soms openlijk plaats, bijvoorbeeld als docenten twijfels uitspreken over de academische kwaliteiten van mannelijke studenten met een migratieachtergrond, of deze wel voldoende zijn om het vak te kunnen halen. Of als tijdens colleges IS, de islam of criminaliteit onder migrantenjongeren aan de orde wordt gesteld, en deze studenten nadrukkelijk worden uitgenodigd hoe deze thema’s te duiden en hoe ze daar zelf tegenaan kijken.”

Migrantenjongeren in het hbo staan op ruimte achterstand, laten de onderzoekers zien. Vanuit de thuissituatie is er geen betrokkenheid of kennis van studeren. Vaak moeten deze studenten ook de eigen studie betalen en daarnaast ook nog bijdragen aan het gezinsinkomen. Of dat nog niet genoeg is moeten zij ook zorgdragen voor jongere broers en zussen. Dit leidt ertoe dat zij zich minder kunnen focus op de studie.

De onderzoekers stellen dat rondom het diversiteitsvraagstuk ook de docenten cruciaal zijn. “Docenten spelen een centrale rol bij de socialisatie van studenten in de school en de voorbereiding op het beroepenveld. Het thema vraagt een gezamenlijke inspanning en een gesprek tussen studenten en docenten over de vraag hoe de meerwaarde van diversiteit in het onderwijs gestalte kan krijgen. Dat gesprek krijgt kleur als sprake is van diversiteit in alle gelederen. Dat wil zeggen dat kleur ‘zichtbaar’ is in de samenstelling van de studenten- en de docentenpopulatie.”

Mbo en hbo drijven verder van elkaar af

Louise Elffers, lector beroepsonderwijs aan de HvA, laat vervolgens zien hoe hardnekkig de ongelijkheid is in het onderwijs. En hoe verschillend de route kan zijn voor studenten met een migratieachtergrond die instromen in het hbo. “Er is in Nederland sprake van een structureel patroon van onder- en overadvisering naargelang het ouderlijk opleidingsniveau, dat de laatste jaren bovendien toeneemt. Leerlingen met laagopgeleide ouders krijgen een lager schooladvies en jongeren met hoogopgeleide ouders een te hoog schooladvies. Daardoor stromen onnodig veel studenten via het mbo in het hbo.”

Elffers constateert dat dit problematisch is, met het oog op het veranderende karakter van het mbo. “Waar het hbo wordt beticht van academic drift, is in het mbo juist eerder sprake van het tegenovergestelde: een sterke nadruk op de beroepspraktijkvorming. De mbo-koers en hbo-koers drijven daarmee steeds verder van elkaar af, wat de aansluiting tussen mbo en hbo bemoeilijkt. Deze toenemende kloof wordt in verband gebracht met het afnemend studiesucces van opstromende mbo-studenten in het hbo.”

Het is volgens Elffers daarom positief te noemen dat er steeds vaker wordt samengewerkt tussen mbo en hbo om deze overgangen te vereenvoudigen. Zoals bij het wegwerken van deficiënties voor het hbo al op het mbo, zoals gebeurt in programma’s voor de pabo. Daarnaast worden er keuzedelen ontwikkeld voor studenten op het mbo die willen doorstromen naar het hbo.

Om de ongelijkheid die mede het gevolg is van hoe in Nederland het onderwijsstelsel in Nederland is georganiseerd doet Elffers een voorstel. “Schoolloopbanen gaan over sectorgrenzen heen. Vo, mbo en hbo zullen gezamenlijk moeten bekijken hoe de verschillende onderwijsroutes zodanig kunnen worden ingericht en op elkaar kunnen worden afgestemd, dat leerlingen die kunnen en willen studeren in het hbo, een reële kans hebben om dat te realiseren.”

Studiesuccesmaatregelen geen onderdeel van kern studieprogramma

Wâtte Zijlstra programmacoördinator van het onderzoeksplatform Connected Learning bij De Haagse Hogeschool en Maartje van den Bogaard onderzoeker aan het LUMC, gaan dieper in op het G5 studiesuccesprogramma van tien grote hogescholen in de Randstad. Dit programma liep van 2008 tot 2011 en heeft niet gebracht wat ervan werd verwacht. Dit komt omdat er te weinig institutionele impact is voor de maatregelen rondom studiesucces. Kleine inspanningen hebben geen effect. Een voorbeeld van zo’n kleine inspanning is het sturen van een brief naar studenten, met de boodschap dat zij in een gevarenzone zitten, omdat ze te weinig studiepunten halen.

Veel maatregelen van het G5-programma vonden plaats in de periferie van het curriculum, in plaats van dat ze in de kern van het studieprogramma werden verwerkt. Daarom moeten initiatieven die bottom-up plaatsvinden gestimuleerd worden. Er moet niet gewerkt worden met een voorgeschreven blauwdruk. Initiatieven die van docenten zelf komen en rekening houden met een specifieke onderwijsomgeving hebben meer effect.

De laatste bijdrage in het boek gaat over de grote kloof tussen onderwijspraktijk en onderwijsonderzoek. Rob Martens, hoogleraar onderwijsvernieuwing aan de Open Universiteit, laat zien dat beleid en onderwijsonderzoek vaak niet strookt met de onderwijspraktijk. De problemen rondom studiesucces zijn zeer complex. Er is vaak geen duidelijke oplossing omdat er heel veel variabelen zijn.

Fixatie op Excel cijfers maakt veel kapot

Onderzoekers en beleidsmakers moeten accepteren dat er heel veel onzekerheid is rondom dit vraagstuk. Wat bovenal van belang is, is dat ‘ kennis’ wordt ontwikkeld waarvan docenten het gevoel hebben dat die betekenisvol is. Daarbij helpt het dus enorm als van begin af aan vertrokken wordt vanuit, de praktijk, zegt Martens. “Er is een groeiend maatschappelijk onbehagen over ‘de systeemdenkers’, zwakke managers die met een fixatie op Excel cijfers een te simpele voorstelling van de praktijk geven, organisaties kapotmaken en professionals het plezier in het werk ontnemen, door hun het belangrijkste te ontnemen waar ze voor werken zinvolheid en betrokkenheid.”

Martens doet een oproep in zijn bijdrage om de onderwijsprofessional weer centraal te stellen ook bij de problemen en oplossingen rondom studiesucces. “Niet de systeemwereld raakt het hart van de professional maar die van onderzoek dat er echt toe doet of van studenten en leerlingen die met steengoed onderwijs verder gebracht moeten worden.” Daarmee lijkt hij aan te sluiten bij de algehele boodschap van dit boek. Studiesucces kan alleen succesvol aangepakt worden als er aandacht is voor de uiteenlopende diversiteit van het vraagstuk en als docenten in het hbo centraal worden gezet bij de aanpak van studiesucces.

Geef een reactie

Geef een reactie


Contact

knowvu@vu.nl