Vereniging van Universiteiten en Vereniging Hogescholen brengen Internationaliseringsagenda uit
16 mei 2018


Coen Karis

Coen Karis



VSNU | In een globaliserende wereld, met grenzeloze wetenschap en onderwijs, spelen de Nederlandse universiteiten een toonaangevende rol. Universiteiten en hogescholen willen de kansen die internationale samenwerking biedt benutten met de kwaliteit en toegankelijkheid van het hoger onderwijs als uitgangspunt. Een zorgvuldige vormgeving van internationalisering is daarom belangrijk. Om dat voor elkaar te krijgen, vragen onderwijsinstellingen meer instrumenten van de overheid om bijvoorbeeld de instroom van internationale studenten te kunnen reguleren. Individuele instellingen kunnen dan zelf afwegen of zij deze instrumenten willen inzetten. In de internationaliseringsagenda die de Vereniging van Universiteiten (VSNU) en de Vereniging Hogescholen (VH) vandaag presenteren staan inclusieve internationalisering en kwaliteit van onderwijs centraal. VSNU-voorzitter Pieter Duisenberg: “Met deze agenda zeggen de universiteiten: wij willen aan de wereldtop blijven. We leiden studenten op voor een toekomst in een internationale wereld en zien internationalisering als belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van ons onderwijs.’

Onschatbare waarde, druk op onderwijs
De cijfers zijn bekend: Nederland haalt ruim een derde van het bruto binnenlands product uit export en scoort een top-3 notering als het gaat om de meest innovatieve landen ter wereld. Internationale relaties zijn van vitaal belang voor onze samenleving en ook voor onze universiteiten. Nederlandse wetenschappers werken samen met collega’s uit alle landen ter wereld en Nederlandse universiteiten bieden plek aan de ambities van 48.500 internationale studenten. De waarde van internationalisering voor de kwaliteit van onderwijs en wetenschap is hoog. Tegelijkertijd brengt internationalisering ook uitdagingen met zich mee. Collegezalen puilen soms uit vanwege een plotselinge populariteit van een opleiding onder internationale studenten, de onderwijstaal verandert en niet iedere internationale student vindt hier zijn of haar draai. Duisenberg: “Internationalisering heeft alleen zin als er toegevoegde waarde is voor alle studenten, de onderwijskwaliteit staat voorop. We zetten in op een inclusieve academische gemeenschap, maken samen met steden werk van het kamertekort en vragen nieuwe wettelijke mogelijkheden om de toegankelijkheid te garanderen.” Een voorbeeld daarvan is het kunnen gebruiken van een fixus voor een Engelstalige variant (‘track’) van een opleiding.

Acties en ambities
Internationalisering draagt bij aan de kwaliteit van onderwijs en wetenschap en daarnaast aan de positionering van Nederland als kennissamenleving, als ook aan het adresseren van tekorten in de arbeidsmarkt met internationaal talent. Hiervoor zijn diverse acties in de agenda opgenomen, zoals:

  • Door op stelselniveau af te stemmen over de onderwijstaal, zorgen we ervoor dat er voldoende aanbod is van Nederlandstalige opleidingen.
  • Door de mogelijkheid van een fixus voor een Engelstalige variant kunnen de toegankelijkheid en diversiteit van opleidingen beter worden gewaarborgd.
  • Voor docenten wordt een minimum taalniveau C1 voor Engelstalige vakken gesteld. Aan studenten worden taalmodules aangeboden, zowel voor Engels als Nederlands.
  • Er wordt gestimuleerd dat de medezeggenschap en het studentenleven aansluiten op internationale academische gemeenschappen.
  • Voor niet-EER-studenten moet de mogelijkheid van een inschrijftarief en een hoger dan kostendekkend collegegeld worden gecreëerd, voor opleidingen waar de capaciteit beperkt is en de vraag groot.
  • Kennisinstellingen gaan met een gezamenlijke ‘Netherlands branding’ deel uitmaken van internationale missies.
  • Om te stimuleren dat meer Nederlandse studenten naar het buitenland gaan, zetten we in op uitbreiding van joint programmes met buitenlandse instellingen en gerichte voorlichting aan scholieren en studenten.

Deze en andere maatregelen moet de waarde van internationalisering verder vergroten en de toegankelijkheid borgen. De agenda kijkt ook verder in de toekomst en verkent in hoeverre de instroom van internationale studenten een oplossing kan bieden voor dreigende tekorten op de arbeidsmarkt. In dat licht vragen we om nader onderzoek naar de factoren die maken dat de ‘blijfkans’ voor internationale studenten groeit. Deze agenda is nadrukkelijk bedoeld als input voor de internationaliseringsvisie die minister Van Engelshoven komende maand presenteert: de universiteiten kunnen veel zelf aanpakken, maar hebben ook steun van de Rijksoverheid nodig in de vorm van passende wet- en regelgeving. Duisenberg: “Met deze agenda willen we de kansen van internationalisering voor de kwaliteit van onderwijs pakken en de knelpunten adresseren. In een wereld die steeds meer verbonden is, dragen de universiteiten hiermee bij aan de competenties van studenten en aan de internationale toppositie van Nederland als kennissamenleving”.

Geef een reactie

Geef een reactie


Contact

knowvu@vu.nl