Wees behoedzaam met innovaties in het hoger onderwijs
16 mei 2018


Coen Karis

Coen Karis



Wees behoedzaam met innovaties in het hoger onderwijs

ScienceGuide | door Frans van Heest

16 mei 2018
| Onderwijsinnovaties in het hoger onderwijs zoals Flipping the Classroom zijn niet bewezen effectief. Daarom moet men behoedzaam omgaan met onderwijsinnovaties, zo waarschuwt Anja Boevé in haar proefschrift.

 

foto: PhotoMIX-Company

 

Boevé promoveerde onlangs aan de Rijksuniversiteit Groningen op diverse vernieuwingen op het gebied van toetsing en de Flipped Classroom in het hoger onderwijs. Uit het onderzoek blijkt dat het breed invoeren van digitale meerkeuzetoetsen aan te bevelen is, omdat het de kwaliteit van de toetsen verhoogt en het toetsproces vergemakkelijkt. Maar uit het onderzoek blijkt ook dat de toetsresultaten niet omhoog gaan door digitale toetsen. Boevé noteert daarbij wel dat blijvende aandacht voor het gebruikersgemak voor studenten van belang is.Hoewel de digitalisering in rap tempo voortschrijdt is dit niet altijd merkbaar voor docenten bij het afnemen van tentamens, zo stelt de Groningse onderzoeker. “De toenemende digitalisering is van belang in alle lagen van het onderwijs, dus ook voor het hoger onderwijs. Enerzijds blijft de rol van digitale middelen soms zeer beperkt in het onderwijs. Studenten moeten bijvoorbeeld dikwijls nog tentamens op papier maken, welke vervolgens ook met de hand worden nagekeken.”

Leerproces ten goede

Hoewel docenten gestimuleerd worden om digitale middelen in colleges te gebruiken, zien docenten hier soms van af. Zij willen het gebruik van digitale middelen juist weer beperken. “Er ligt dus een uitdaging voor management en docenten om zo goed mogelijk gebruik te maken van digitale middelen. Dit moet op een manier die de kwaliteit van het leerproces ten goede komt.”

Digitale tentamens bieden mogelijkheden om de kwaliteit van toetsen te verbeteren en tegelijkertijd het toetsproces te vergemakkelijken. Daarentegen is het van belang om ervoor te zorgen dat de prestaties op de traditionele en digitale toetsen vergelijkbaar zijn. Zodat de studenten de toetsen als eerlijk ervaren en dat de stress die deze nieuwe vorm van toetsing met zich meebrengt minimaal is.

Nagenoeg hetzelfde

Het proefschrift wil onder andere de vraag beantwoorden of er een verschil is in de prestaties bij digitale en schriftelijke toetsing. En: hoe studenten digitale toetsen ervaren. Om dit te testen is er gebruik gemaakt van zogenaamde veldtoetsen bij de opleiding Bio-psychologie. Studenten maakten op willekeurige basis ofwel de eerste deeltoets ofwel de tweede deeltoets digitaal en de ander op papier. De toetsresultaten van de groep studenten die de deeltoets op papier hadden gemaakt waren nagenoeg hetzelfde met de groep die de toets digitaal had gemaakt. Dit ging op voor zowel de eerste als de tweede deeltoets.

Een ander opvallend resultaat is dat ongeveer een kwart van de studenten de voorkeur bleek te hebben voor de digitale toets. De helft had een voorkeur voor de papieren versie en een kwart had geen voorkeur.

Studenten moeten ook markeringen kunnen maken

Volgens Boevé komt dit resultaat overeen met eerder onderzoek. “Aangezien ook uit de literatuur blijkt dat studenten geen grote voorkeur hebben voor digitale toetsen, is het belangrijk dat instellingen de overgang naar digitaal toetsen zo inrichten dat studenten controle ervaren over het tentamen. Uit aanvullend kwalitatief onderzoek bleek dat dit op verschillende manieren zou kunnen worden gerealiseerd. Zo kunnen studenten bijvoorbeeld de mogelijkheid worden geboden om bij digitale toetsen te kunnen onderstrepen, doorhalingen en markeringen te maken of door het flexibeler aanbieden van vragen.”

Ook heeft de onderzoeker gekeken naar het gebruik van flipped classroom in het hoger onderwijs, dat komt volgens haar steeds vaker voor. “De populariteit van de flipped classroom neemt toe in het (universitair) hoger onderwijs. Hoewel er enig onderzoek is gedaan naar de prestaties van groepen studenten die flipped classroom onderwijs volgden, is er nog weinig bekend over het studiegedrag van studenten. Dit studiegedrag is belangrijk omdat het centraal staat in het leerproces en prestaties van de flipped classroom.”

Het onderzoek is gedaan onder studenten die het vak statistiek hebben gevolgd met gebruikmaking van de flipped classroom en studenten die het vak op een traditionele manier volgden. Twee keer in de week werden studenten gevraagd om in te vullen hoeveel tijd zij hadden besteed aan het vak en welke studieactiviteiten ze hadden ondernomen voor het statistiekvak. Uit de resultaten bleek dat het studiepatroon van de twee groepen gedurende het vak sterk op elkaar leek en tevens dat de gemeten studiegedrag (tijd en activiteiten) ook niet een sterke samenhang vertoonde met de verkregen tentamenresultaten.

Hoewel er voldoende wetenschappelijk theoretische gronden zijn die zouden moeten ondersteunen dat de flipped classroom een goed idee is, is veel onderzoek gericht op het aantonen van verbeterde prestaties. Niet op het gedrag van studenten dat ten grondslag ligt aan de theorie en implementatie van de “flipped classroom”. Het onderzoek liet zien dat de zelfregulatie van studenten en hun bereidheid om mee te gaan met de gedragsverandering belangrijk is bij de implementatie van de flipped classroom.

Niet bereid om studiegedrag te veranderen

In een verdere exploratie van de onderzoeksresultaten bleek dat sommige studenten vonden dat de ‘flipped classroom’ hun leerproces ondersteunde. Andere studenten waren om diverse redenen niet bereid om hun studiegedrag te veranderen voor de flipped classroom. Deze resultaten laten volgens de onderzoeker zien dat het belangrijk is om studenten bij dit nieuwe type onderwijs te betrekken.

Wat is de uitkomst?

In het slot van haar proefschrift komt de Groningse onderzoeker ook nog met een aantal aanbevelingen voor digitalisering van het hoger onderwijs. Daar noemt ze onder andere dat het belangrijk is dat er wordt nagedacht door diverse belanghebbenden over de te verwachten uitkomsten van onderwijsinnovaties. “Wanneer onderwijsinnovaties ten doel hebben om het leerproces van studenten te verbeteren, wat is dan precies de verwachtte uitkomst en voor wie is deze belangrijk?”

Daarom is het noodzakelijk dat er wordt nagedacht over de doelstellingen van de onderwijsinnovatie alvorens deze te implementeren. “Als het doel is het leerproces te verbeteren, dan moet ook daadwerkelijk evidentie worden verzameld op dit gebied. Ook zou kunnen worden gekeken wat onder “verbeterde prestaties” wordt verstaan. Betekent dit een groter slagingspercentage bij het eerste tentamen of na meerdere tentamens? Voor de gehele groep of voor de minder goede studenten? Deze uitkomsten kunnen informatief zijn voor de effectiviteit van innovaties. Echter is het belangrijk om van tevoren te definiëren hoe groot een te verwachten verbetering zou mogen zijn.”

Geef een reactie

Geef een reactie


Contact

knowvu@vu.nl