Geschiktheidsonderzoek studenten universitaire lerarenopleiding

12 mei 2017 , door: Janneke Riksen


 

Contactgegevens

Naam en voorletters:   J.K.W. Riksen
Functie:   Docent
Afdeling, Faculteit:   ULO, FGB
Email   j.k.w.riksen@vu.nl
SKO / LOL:   SKO-project
Project opgezet voor:   Faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen

 

Onderwerp

Geschiktheidsonderzoek studenten universitaire lerarenopleiding

Meer en meer wordt er binnen universiteiten vorm gegeven aan geschiktheidsonderzoeken en selectie bij de toelating van studenten tot masteropleidingen. Zo ook aan de universitaire lerarenopleiding (ulo) van de VU in Amsterdam. Daar is in mei 2015 de pilot “Klaar voor de Start! ontwikkeld, uitgevoerd en geëvalueerd. In de pilotontwikkeling stonden de kwaliteiten en talenten van de student, de eisen van de lerarenopleiding en het toekomstige beroep van leraar centraal stonden om zo ook tot een kwaliteitsverbetering te komen van de beginnende docent en van de opleiding. Dit zogenaamde “matchingstraject” is in nauwe samenwerking met schoolopleiders ontwikkeld. Via een intake op de VU en een “meeloopdag” in het voortgezet onderwijs is er gekeken naar de verwachtingen, motivatie en geschiktheid van de student voor opleiding en beroep. Schoolopleiders en instituutsopleiders, brachten een onderbouwd advies uit over de professionele, didactische en pedagogische geschiktheid van de studenten vóór de start van de opleiding.
In de opzet van dit matchingstraject is er aangesloten bij de Lerarenagenda “De leraar maakt het verschil” (OCW) en het speerpunt geschiktheidsonderzoeken uit het Actieplan Lerarenopleiding (VSNU) . Vanwege de positieve evaluatie door alle betrokkenen wordt dit matchingstraject vanaf februari 2016 verplicht voor alle studenten.

De pilot “Klaar voor de Start!” is uniek en vervult een voortrekkersrol binnen de ulo’s:

  • omdat het om een nieuwe praktijk van toelating d.m.v. een geschiktheidsonderzoek voor de ulo en het beroep van docent gaat;
  • waarin schoolopleiders en instituutsopleiders, zowel inhoudelijk als organisatorisch samenwerken en schoolopleiders betrokken zijn bij de toelating van studenten;
  • omdat de pilot evidence-based is;


Feedback?