Wie drukten er het afgelopen jaar een duidelijke stempel op het hoger onderwijs of wetenschap of verdienen het om een keer in het zonnetje gezet te worden?
03 sep 2018




Gerhard van de Bunt

Gerhard van de Bunt



Wie drukten er het afgelopen jaar een duidelijke stempel op het hoger onderwijs of wetenschap of verdienen het om een keer in het zonnetje gezet te worden?

Bron: https://www.scienceguide.nl/2018/09/de-toplijst-van-2017-2018/

The Red Arrows – Foto: William Warby
Dit jaar staat het overzicht van ScienceGuide toppers in het teken van samenwerken en verbinden. We vroegen onze lezers te komen met namen van mensen en bewegingen die door de kracht van de groep te erkennen en door middel van collectief handelen het veld verder brachten. Wat volgt is dit jaar dus ook geen ‘ranking’, het is een willekeurig gerangschikt overzicht van inspirerende mensen en bewegingen die dit jaar onmisbaar waren voor het hoger onderwijs en de wetenschap.
Eveline Crone en Carel Stolker

Carel Stolker

Als een van de weinige bestuurders sprak de Leidse rector zich dit jaar publiekelijk uit over netelige kwesties zoals de #MeToo-affaire in het hoger onderwijs. Stolker toont zich in alles een betrokken rector van zijn Universiteit Leiden en schroomt niet om moeilijke maatschappelijke discussies aan te gaan. Zo gooide Stolker onlangs nog drie steentjes in de vijver van KNAW in een pleidooi voor vrije wetenschapsbeoefening en ruimte voor een diversiteit aan opvattingen in de academie. Een heikel thema waarover maar weinig collega-bestuurders zich durfden te buigen.

Ook op Twitter is Stolker, samen met zijn collega uit het zuiden Rianne Letschert, een van de weinigen die lijkt te begrijpen waar het medium ooit voor is uitgevonden: directe democratie. Hij roept (oud-)studenten en medewerkers tot de orde als ze te ver gaan, deelt complimenten uit bij de vleet, maar gaat ook het gesprek aan. Of het nu intimidatie op de werkvloer, vrije wetenschapsbeoefening of werkdruk is, Stolker spreekt zich uit, stelt zich kwetsbaar op en laat zien wat zijn universiteit op dit punt doet of gaat doen.

Foto: B a m s h a d

De Open Science beweging

De weg naar werkelijk open wetenschap blijkt er een te zijn met vele gevaren. Toch is daar toch steeds weer die open science community waar het allemaal mee begon. Het waren spannende tijden voor open science en open access het afgelopen jaar. Terwijl de harde strijd om nieuwe betere open access contracten al weer loopt, is het de open science community die een oogje in het zeil houdt of de oude wel worden nageleefd.

Maar open science draait om veel meer dan alleen publicaties, zo beginnen de traditionele uitgevers inmiddels ook te beseffen. Een duidelijk voorbeeld daarvan is de keuze van de Europese Commissie om Elsevier te betrekken bij de Open Science Monitor. Weerstand is er volop. Vanuit Nederland verdedigt een groepje medewerkers van de Universiteit Utrecht steeds opnieuw de principes van Open Science. Het zijn de mensen als Bianca Kramer, Jeroen Bosman en Jeroen Sondervan van de Utrechtse bibliotheek die steeds maar weer kritisch blijven – ook richting de ‘moderne uitgevers’ en alsmaar aan de basis staan van grassroots initiatieven voor verbetering.

De weg naar echte Open Science kan misschien niet zonder de steun van beleidsmakers, wetenschapsfinanciers en hoger onderwijsbestuurders, zonder de wetenschap en de ondersteuners daarvan zelf zal er ook zeker niets veranderen. Bianca Kramer, Jeroen Bosman en Jeroen Sondervan laten samen met hun internationale collega’s zien dat er hoop is voor Open Science, al was het maar via de universiteitsbibliotheken.

Foto: ISO Facebook

Rhea van der Dong

Dat de Nederlandse student vertegenwoordigd is binnen de polder van het hoger onderwijs is niet elk jaar even goed te merken, maar in ‘17|’18 kon niemand om de studenten heen. Koepels, maar met name de studentenbonden wilden harde garanties dat de middelen die vrijkomen door het leenstelsel daadwerkelijk bij de student terecht zouden komen. Van der Dong bracht hiervoor talloze uren door in muffige kamers om met breedsprakige bestuurders tot Kwaliteitsafspraken te komen waarbij de rol van de medezeggenschap aanzienlijk werd verstevigd.

Deze aanzienlijke vergroting van de inspraak kwam er niet geheel tot vreugde van bestuurders, zo begrijpt ScienceGuide uit meerdere gesprekken. En alhoewel haar rol gedurende het proces vrij onzichtbaar was, onthulde directeur hoger onderwijs Feite Hofman bij het afscheidssymposium van het ISO-bestuur dat Van der Dong achter de schermen onmisbaar was geweest. Tijdens de onderhandelingen […] brak jij spontaan in bij de minister door te zeggen: ‘ik heb wel het mandaat.’ Toen moesten de heren bestuurders toch terugkomen en zeiden ze: ‘we gaan hier toch mee akkoord.’”

Inmiddels heeft Van der Dong haar eerste echte baan al binnen. De aankomende maanden gaat ze aan de slag als secretaris van de taskforce die de Diergeneeskundige faculteit van haar alma mater, de Universiteit Utrecht, gaat hervormen. Daar wacht haar een ongetwijfeld uitdagende klus een reorganisatie van de faculteit te bewerkstelligen.

Foto: HAN

Dominique Sluijsmans

Toetsen is een vak apart, zo veel werd al duidelijk uit het rapport Vreemde Ogen Dwingen al weer meer dan vijf jaar geleden uitkwam. Er moest een flinke ommezwaai komen in het denken over toetsing, en lokale kenniscentra moesten hier een doorbraak in zien te forceren. In haar boek ‘Toetsrevolutie’, dat uitkwam in een editie voor voortgezet en voor hoger onderwijs, zet Dominique Sluijsmans de discussie over formatief versus summatief toetsen op scherp aan de hand van gesprekken en voorbeelden.

Sluijsmans bepleit een onderwijspraktijk waarin toetsing minder los staat van het lesgeven, maar er juist een integraal onderdeel van vormt. De woordcombinatie ‘formatief’ en ‘toetsen’ zou volgens haar dan ook helemaal niet meer voor moeten komen. Vanuit het goed georganiseerde netwerk van onderzoekers en toetsdeskundigen krijgt deze gedachte weerklank, niet in de laatste plaats vanuit het Kenniscentrum Kwaliteit van Leren van de HAN dat ze in 2013 verliet voor Hogeschool Zuyd. Omdat Sluijsmans laat zien dat het samenbrengen van heldere geesten voor een revolutie kan zorgen verdient zij een plek in deze lijst met toppers.

Foto: SP archief

Frank Futselaar

Voordat Frank Futselaar (SP) de Tweede Kamer in ging was hij raadslid in Zwolle en docent Politiek en Maatschappij aan Saxion Hogeschool. Hij werd woordvoerder hoger onderwijs en wetenschap, daarnaast is hij ook woordvoerder landbouw, natuur en milieu waar hij minstens zo actief is als op het gebied van het hoger onderwijs. Als Kamerlid heeft hij het talent om zich in te leven in het standpunt van zijn politieke opponent. Dit levert niet alleen een prettige debatstijl op in de Kamer, maar Futselaar weet ook dingen voor elkaar te krijgen en weet wanneer een minister of collega-Kamerlid de mist ingaat.

Dat hij een achtergrond heeft als hbo-docent is vrij uniek in de Kamer. De stem van de hbo-docent wordt niet al te vaak gehoord in het publieke of politieke debat. Toch heeft hij zich niet altijd geliefd gemaakt, zeker niet bij de sector waarvoor hij gewerkt heeft. Niet in de laatste plaats bij de voorzitter van de hbo-koepel, Thom de Graaf. Afgelopen voorjaar was hij in een Kamerdebat erg kritisch op het praktijkgericht onderzoek in het hbo.

Futselaar vindt dat de kwaliteit omhoog moet en dat het praktijkgericht onderzoek meer ingebed moet worden in het onderwijs. Hij haalde daarbij het Rathenau Instituut aan dat tot soortgelijke conclusies kwam in een onderzoeksrapport. De minister moest in het Kamerdebat met Futselaar erkennen dat er nog veel verbeterd kan worden. Waar de minister en Futselaar het minder met elkaar eens waren was bij het meest bizarre hoger onderwijsdebat van de afgelopen paar jaar. Dat ging over de mislukte voorinvesteringen van het leenstelsel. Futselaar pelde in dat debat geduldig, maar uiterst effectief, de inconsistente argumenten van de minister af. De Kamer wacht overigens nog steeds op een voorstel van de minister, hoe de compensatie eruit gaat zien voor studenten die niet geprofiteerd hebben van de mislukte voorinvesteringen.

Inge van der Weijden en Ingeborg Meijer – Foto: CWTS en Ingeborg van der Ven

Inge van der Weijden en Ingeborg Meijer

Al geruime tijd werken Inge van der Weijden en haar collega’s van het CWTS aan het in kaart brengen van de arbeidsomstandigheden van (jonge) wetenschappers. In 2017 haalden ze, niet geheel tot vreugde van hun eigen instelling de Universiteit Leiden, de landelijke pers met hun zorgwekkende bevindingen over het mentaal welzijn van promovendi en daar lieten zij het niet bij. Hun onderzoek naar de beweegredenen en carrièreperspectieven van postdocs legde onder andere bloot dat postdocs nauwelijks een band met de instelling voelen, en door het grillige proces van beurzen aanvragen eigenlijk niet aan lange termijnplanning konden doen.

Met regelmaat belandt het onderzoek van Van der Weijden en Meijer op het bordje van de minister, die er vooralsnog niet altijd even goed mee uit de voeten lijkt te kunnen. Het ministerie ziet tot nu toe de oplossing bij de instellingen zelf. Op basis van hun bevindingen hebben deze Leidse onderzoekers zelf wel degelijk een oplossingsrichting in gedachte. Op vele podia pleiten ze voor het verlaten van de traditionele meester-gezel relatie in de wetenschap en voor een andere stijl van academisch leiderschap. Daarnaast zetten deze onderzoekers zich sinds 2016 in voor een landelijk volgsysteem voor Nederlandse promovendi.

Deze gedreven onderzoekers weten samen met de promovendi en masterstudenten van hun afdeling talloze onderwerpen te agenderen. Van de ervaringen van Chinese beurspromovendi tot de doorgroeimogelijkheden van vrouwelijke academici, ze weten de student en promovendi in hun kracht te zetten met mooie samenwerkingen tussen vakgroepen, nationaal en internationaal. Naast onderzoek zet dit duo zich in voor de verspreiding van hun resultaten door bij de vele inspiratiemiddagen en carrièredagen aanwezig te zijn.

Foto: HvA

Didi Griffioen

Met de komst van de lectoraten in het hbo was een van de doelstellingen om ook de onderzoekende houding van docenten te stimuleren. Dat blijkt nog altijd geen sinecure. Didi Griffioen (HvA) onderzocht afgelopen jaar de belangstelling van hogescholen voor docenten met onderzoeksvaardigheden. Daaruit blijkt een geringe interesse, liever vaart men op de didactische vaardigheden die nieuwe docenten met zich meebrengen.

De conclusies uit het onderzoek hebben nieuwe energie gegeven aan het debat over het docentschap in het hbo. Griffioen wijst in haar onderzoek op de taak die ligt bij het hoger management en beleidsmakers om juist de onderzoekende houding van het hbo te versterken. “Zij moeten het debat binnen de hogeschool starten over wat er vandaag de dag gevraagd zou moeten worden van docenten in het hbo.” Begin deze zomer werd Griffioen benoemd als lector Hoger Onderwijs, Onderzoek en Innovatie aan de HvA. De eerste stap in het wakker schudden van de discussie over praktijkgericht onderzoek in het hbo is reeds geslaagd.

foto: Kremlin

Emmanuel Macron

Macron ging als grote hervormer uit de startblokken. Hij bood Amerikaanse klimaatwetenschappers aan om naar Frankrijk te komen met een sneer naar Trump en zette ook in Frankrijk hoog in op wetenschapsbeleid. Maar inmiddels heeft hij ook de nodige schrammen opgelopen. Zo is hij niet ongeschonden uit het schandaal gekomen met zijn persoonlijke beveiliger die zich had voorgedaan als agent en twee demonstranten in elkaar had geslagen bij een 1-mei demonstratie. Macron was hiervan op de hoogte maar greep te laat en onvoldoende in.

Waar Macron wel lof voor ontving was de Europa-lezing die hij bijna een jaar geleden hield bij de Sorbonne Universiteit in Parijs. Daar deed hij de oproep om een netwerk van Europese universiteiten op te zetten. In Nederland werd dat zeer positief ontvangen. In Maastricht juichte de rector dit toe en ook bij de Rijksuniversiteit Groningen was het bestuur zeer positief. Daar heeft men al een soortgelijk netwerk met Europese zusteruniversiteiten en men kan daar niet wachten tot de Europese Onderwijsruimte met wederzijdse diploma-erkenning ook echt realiteit zal worden.

Vanuit Nederland kwam de steun moeizaam op gang. De minister ging aanvankelijk op de rem staan, daartoe aangemoedigd door een EU-kritische Kamer, maar omarmde later het idee van Macron en geeft nu volop steun. Vandaag 3 september vergaderen de Europese ministers van Jeugdbeleid bij de informele EU-Jeugdraad in Wenen. Oostenrijk is momenteel Europees voorzitter. Op de agenda staat ook de eenwording van het Europese hoger onderwijs en de inzet vanuit de Kamer, specifiek van D66, is dat Nederland daar ook de steun zal uitdragen voor het idee van het netwerk van de ‘Europese universiteiten’ van Macron.

Foto: ScienceGuide

Aminata Cairo

Say something” is het credo dat Aminata Caïro voorstaat als je haar vraagt naar haar benadering van diversiteit. “Natuurlijk zeg je wel eens domme dingen, maar dat moet je er niet van weerhouden om mee te doen aan het gesprek over diversiteit.” Dat mag soms best een beetje pijn doen, het mag schuren van haar, “het is namelijk ook niet altijd een ‘gezellig’ gesprek.”

In haar lezingen heeft Caïro haar eigen aanpak waar ze niet van afwijkt. Of er nu studenten, beleidsmakers of jonge onderzoekers in de zaal zitten, Caïro begint de sessie met een samenzang. Daarna vertelt ze over zichzelf, haar verhaal, om te onderstrepen dat iedereen een eigen verhaal heeft. En ook om duidelijk te maken dat sommige verhalen dominanter zijn dan anderen.

De kracht van het narratieve is precies waar haar geloof vandaan komt dat echte inclusiviteit binnen het Nederlandse hoger onderwijs mogelijk is. “Mensen moeten het internaliseren dat diversiteit normaal is.” Nog geen twee jaar geleden begon ze bij de Universiteit Leiden als beleidsadviseur op het thema diversiteit en inclusiviteit en inmiddels is ze al aan haar volgende uitdaging begonnen. Afgelopen januari werd Caïro geïnstalleerd als lector inclusieve educatie aan de Haagse Hogeschool, en wakkerde gelijk het debat aan door de heilige huisjes van velen uit haar veld onderuit te halen.

Het LNVH bestuur in de Eerste Kamer – Foto: LNVH

Het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren

Inmiddels kan dit netwerk dat eind jaren negentig informeel werd opgericht voor niemand meer onbekend zijn, al was het maar vanwege de jaarlijkse monitor vrouwelijke hoogleraren die zij uitbrengen. Helaas was er in het Westerdijkjaar , waarin ook enkele nieuwe bestuursleden werden aangetrokken bij het netwerk, weinig te vieren. Het aandeel vrouwelijke hoogleraren groeide nagenoeg niet en het aantal vrouwen onder promovendi en bestuurders daalde.

Waar velen zich op de vlakte hielden besloot het LNVH zich het afgelopen jaar zeer concreet te verbinden aan de #metoo beweging. Ongetwijfeld aangespoord door de verhalen van vrouwen uit de academie werkte het netwerk mee aan een drieluik met ScienceGuide om meer verhalen te verzamelen, en maakte zo dit onderwerp bespreekbaar.

Namens de vereniging sprak toenmalig voorzitter Ingrid Molema klare taal over de relatie tussen seksuele intimidatie en de carrière van vrouwen in de academie. “Ik hoor van vrouwelijke promovendi in mijn klas dat ze niet in de academie willen werken omdat ze de cultuur niets vinden.” Het nieuwe bestuur heeft zich hier helemaal achter geschaard en gaat onverveerd door met de strijd voor gelijkheid. Alleen met een zerotolerance beleid wat betreft intimidatie is er een basis om vanuit te werken volgens hen.

Geef een reactie

Geef een reactie


Contact

knowvu@vu.nl